Actueel

Uitgangspunten volgende kabinetsperiode. Deel 1: de MLT-zorg 2022-2025

Eind 2019 heeft het Centraal Planbureau (CPB) de economische scenario’s voor 2022-2025 gepubliceerd waar politieke partijen van uitgaan voor hun financieel-economische plannen in hun programma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Ook heeft het CPB een vergrijzingsstudie uitgebracht over de vooruitzichten op langere termijn (2060). Deze blogreeks ‘Uitgangspunten volgende kabinetsperiode’ duidt de hoofdlijnen en een aantal opmerkelijke punten uit deze toekomststudies. Dit eerste deel gaat over de Middellangetermijnverkenning zorg 2022-2025 (MLT-zorg 2022-2025). Opvallend is de ingecalculeerde bezuiniging op de verpleeghuiszorg. Deze lijkt klein in procenten maar loopt na een aantal jaren fors op in euro’s.

Door Marcel de Ruiter

Relevantie MLT voor verkiezingsprogramma’s en regeerakkoord
De op 18 november 2019 door het CPB gepubliceerde MLT-zorg 2022-2025 bevat een middellangetermijnraming voor de periode 2022-2025, oftewel de jaren waar het volgende regeerakkoord betrekking op zal hebben. Het CPB heeft de MLT-zorg ook als input gebruikt voor de middellangetermijnverkenning 2022-2025 (MLT 2022-2025) voor de Nederlandse economie als geheel.

Politieke partijen die hun verkiezingsprogramma laten doorrekenen door het CPB formuleren hun financieel- en sociaaleconomische plannen in termen van afwijkingen van het in de MLT geschetste toekomstscenario, het zogenaamde ‘basispad’. Ook voor het regeerakkoord dient het basispad als uitgangspunt. Aangezien de politieke partijen voor hun verkiezingsprogramma en regeerakkoord expliciet moeten aangeven waaraan zij meer willen uitgeven (‘intensiveren’) of waarop zij willen bezuinigen (‘ombuigen’) ten opzichte van het basispad, is het van belang om te weten wat er eigenlijk in het basispad zelf staat. Als de politiek hier niet van afwijkt, komt het basispad in de boeken voor de volgende kabinetsperiode.

Netto zorguitgaven nemen met € 15 miljard toe
De MLT-zorg komt voor de jaren 2022-2025 bij ongewijzigd beleid uit op een jaarlijkse reële (voor algemene prijsstijgingen gecorrigeerde) groei van de netto zorguitgaven van 2,7%. Daarbij geldt dat het verschil tussen netto en bruto zorguitgaven bestaat uit eigen betalingen, zoals eigen bijdragen en het eigen risico. Inclusief de algemene inflatie groeien de netto zorguitgaven 4,2% per jaar, van € 83 miljard in 2021 naar € 98 miljard in 2025 (+ € 15 miljard).

Mogelijk hogere uitgaven of wachtlijsten door personeelskrapte
De uitgavengroei kan hoger uitvallen door de personeelskrapte in de zorg. De MLT-zorg noemt het een uitdaging om in de zorg voldoende gekwalificeerd personeel te vinden en te behouden om aan de extra zorgvraag te kunnen voldoen, maar verwacht desondanks dat de lonen in de zorg gelijke tred houden met de marktsector. Volgens het CPB is het echter mogelijk dat in de zorg een hogere salarisstijging nodig is. In dat geval zullen de uitgaven hoger uitkomen. Aan de andere kant waarschuwt het CPB dat er wachtlijsten kunnen ontstaan als de geraamde groei van de werkgelegenheid in de zorg niet kan worden gerealiseerd.

Vergrijzing belangrijkste oorzaak uitgavengroei
Vergrijzing is in 2022-2025 de belangrijkste oorzaak van de 2,7% reële groei van de netto zorguitgaven. Deze 2,7% wordt voor 1,2%-punt per jaar veroorzaakt door demografische factoren (met name dus vergrijzing), voor 0,7%-punt door de stijging van het inkomen per hoofd van de bevolking (deze leidt o.a. tot hogere aspiraties van zorgvragers en biedt prikkels om nieuwe technologieën aan te bieden), voor 0,5%-punt doordat de lonen en prijzen in de zorg harder stijgen dan de algemene inflatie, en voor 0,3%-punt door ‘overige groei’ (bijvoorbeeld als gevolg van nieuwe behandelmethoden of geneesmiddelen).

Hoewel in de jaren 2022-2025 de bijdrage van de vergrijzing groter zal zijn dan in de periode 1990-2018, is de totale reële uitgavengroei kleiner dan de 3,0% in 1990-2018. De bijdrage van de inkomensontwikkeling per hoofd was in 1990-2018 met 1,2%-punt aanzienlijk groter dan de 0,7% in 2022-2025.

Bezuiniging op verpleeghuiszorg ingecalculeerd
In de zorg doet de grootste reële groei (3,6% per jaar) zich voor in de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wordt voor 1,7%-punt veroorzaakt door de demografische ontwikkeling. Toch zit in de raming voor de Wlz een door het huidige kabinet ingezette afremming van de uitgavengroei in de verpleeghuiszorg verwerkt. Zoals het CPB schrijft is voor de Wlz vanaf 2023 de groei die wordt veroorzaakt door de groeicomponenten inkomensgroei en ‘overig’ “neerwaarts aangepast vanwege de voorgenomen invoering van een noodremprocedure en de invoering van benchmarking in de verpleeghuissector. Dit resulteert in een halvering van deze groeicomponenten voor het verpleeghuisdeel. Voor de invoering van de noodremprocedure belanden nieuwe kwaliteitsstandaarden automatisch in de uitgaven. De noodremprocedure geeft het ministerie van VWS echter de mogelijkheid om vooraf te toetsen of de meerwaarde van de nieuwe kwaliteitsstandaard opweegt tegen de financiële gevolgen daarvan. De noodremprocedure voorkomt hiermee dat een nieuwe kwaliteitsstandaard automatisch tot een forse uitgavenstijging leidt. Verder worden de tarieven die verpleegtehuizen ontvangen voor het verlenen van zorg vanaf 2022 via benchmarking vastgesteld.”

De neerwaartse aanpassing van de groeiprognose voor de Wlz betekent in feite dat in de MLT-zorg een bezuiniging op de verpleeghuiszorg is ingecalculeerd. De MLT-zorg geeft niet helemaal exact aan hoeveel groei dit in 2022-2025 scheelt en welke bedragen in euro’s hierbij horen. Na navraag bij het CPB kan ik wel een grove schatting maken: de korting op de Wlz-uitgavenontwikkeling zal zo’n 0,3%-punt per jaar schelen en waarschijnlijk iets meer, ca. 0.35%-punt. Dit betekent dat de nominale groei van de Wlz-uitgaven in 2022-2025 zonder de korting zo’n 5,4 à 5,45% per jaar zou bijdragen, waar deze inclusief korting uitkomt op 5,1%.

Aangezien het CPB uitgaat van Wlz-uitgaven van € 25 miljard in 2021, leidt de lagere groei tot een bezuiniging die in 2025 is opgelopen tot € 0,35 à € 0,4 miljard. Iets grover afgerond kunnen we concluderen dat in de MLT voor de volgende kabinetsperiode een ombuiging op de verpleeghuiszorg is verwerkt die groter is dan € ¼ miljard en oploopt richting € ½ miljard.

Gemeenten teren in door uitgavengroei Wmo/jeugd
De uitgaven aan de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugd nemen in de MLT zorg reëel met 2,5% per jaar toe. Het begrotingssaldo van de lokale overheid verslechtert in 2025 met € 0,8 miljard doordat de uitgaven van gemeenten aan de Wmo en de jeugdzorg in de volgende kabinetsperiode harder stijgen dan het budget dat zij ter beschikking krijgen.

Eigen risico naar € 440
Ten slotte wordt de reële uitgavengroei voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2022-2025 geraamd op 2,3%. Hier geldt dat het eigen risico, dat van 2018-2021 is bevroren op € 385,-, vanaf 2022 weer gaat stijgen. Volgens de MLT komt het eigen risico hierdoor op € 440,- per persoon in 2025.

Politiek aan zet
Al met al zullen de zorguitgaven in de volgende kabinetsperiode flink blijven stijgen. Het komende jaar zal langzaam aan duidelijker worden in hoeverre politieke partijen de groei willen afremmen of juist meer willen uitgeven aan bepaalde vormen van zorg. Er zijn nog diverse rapporten in aantocht die ideeën voor mogelijke maatregelen zullen bevatten.