Actueel

Wim Kok: leven op eigen kracht

Toen Wim Kok op 20 oktober 2018 overleed was het al snel duidelijk dat iemand was overleden die Nederland voor een deel had vormgegeven. Een man die ruim dertig jaar het geluid van zijn achtergrond liet horen. ‘Voorzitter van Nederland’, noemde socioloog Abram de Swaan hem in 1995. Toch was er nog geen biografie van Wim Kok. Tot nu! Dat wil zeggen: tot de helft. Het eerste van de twee delen van de biografie geschreven door Marnix Krop is in november 2019 uitgekomen en gaat over het leven van Wim Kok tussen 1938 en 1994, het jaar dat hij premier werd.

Toen Marnix Krop aan Wim Kok vertelde dat hij een biografie over hem wilde schrijven was Kok niet direct enthousiast en noemde het zelfs een doodsaankondiging maar wilde uiteindelijk toch meewerken. Toen Wim Kok zijn woorden helaas de waarheid werden en hij overleed, hadden hij en Krop nog maar 16 gesprekken gehad en waren niet verder gekomen dan Kok’s taak als vicepremier. Mede daarom heeft Krop besloten om de gesprekken met Kok als één van de vele bronnen te gebruiken. Hierdoor wordt het meer een echt verhaal in plaats van een optekening.

In het boek begin je bij zijn jeugd als simpele timmermanszoon uit Bergambacht. Hier groeide hij op met zijn vader, moeder en broer. Hun gezin was het stereotype voor de tijd, lid van de VARA, van de partij en van de vakbonden. De mentaliteit die zijn vader had heeft Kok zijn hele leven meegenomen en in zijn hele carrière gebruikt. Ook zegt de schrijver dat het argwanende en het chagrijn in hem uit zijn jeugd komt. Hij leerde al van huis uit dat hij nooit iemand volledig kon vertrouwen.

Nadat Kok zijn studie had afgemaakt bij Nyenrode ging hij al snel aan de slag als vakbondsman bij de Bouwbond NVV. Toen de NVV en NKV later fuseerde tot de FNV trad Kok aan als voorzitter. Een van de grootste prestaties die hij als voorzitter heeft bereikt is het Akkoord van Wassenaar, dat hij samen met de CNV en de werkgeversorganisaties sloot midden in de economische crisis. In dat akkoord kwamen ze overeen loonmatiging te ruilen tegen arbeidstijdverkorting. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt en toen hij aftrad als vakbondsleider stond hij een jaar daarna als nummer twee op de lijst bij de PvdA. Hij kwam in de Tweede Kamer en toen Den Uyl het fractievoorzitterschap vaarwel zei, kwam Kok in een moeilijke situatie. In het boek beschrijft Krop hoe Kok zat te twijfelen of hij de taak van partijleider aan kon en of hij wel goed genoeg was. Krop beschrijft dat Kok zelfs ja heeft gezegd tegen het burgemeesterschap van Groningen maar toch 2 dagen later dat heeft ingetrokken. Hier zie ook de kwetsbare kant van Wim Kok. Nadat hij toch ja had gezegd tegen het partijleiderschap werd Kok in 1889 minister van Financiën en vicepremier in Lubbers III. Het grootste struikelblok in deze rol was de WAO-regeling. Hij kreeg flinke kritiek binnen zijn eigen partij, maar toen hij op een PvdA-congres steun vroeg voor zijn beleid kreeg hij dit vertrouwen in overmate.

En daar stopt dit deel van het boek. Na het lezen van dit boek realiseer je weer hoe zo’n bijzondere man Wim Kok was en ben je meteen benieuwd naar het volgende deel. Helaas moeten we daar nog even op wachten want deel twee van deze biografie wordt pas in 2022 verwacht.