Terwijl Nederland steeds meer warmdraait voor de zomervakantie, doen staatssecretaris Blokhuis en gemeenten dit voor hun nota’s gezondheidsbeleid. In juni stuurde staatssecretaris Blokhuis reeds de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2018 van het RIVM aan de Tweede Kamer. Deze lange termijnverkenning vormt een belangrijke inspiratiebron voor de landelijke nota gezondheidsbeleid. Deze verschijnt in 2019 en geeft richting aan de nota’s gezondheidsbeleid van gemeenten voor de volgende vier jaar. Belangenbehartigers die er op tijd bij zijn, hebben meer kans op succes als zij deze nota’s en daarmee het gezondheidsbeleid voor de komende jaren willen beïnvloeden.

Nieuwe landelijke nota op komst
Artikel 13 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) bepaalt dat de minister van VWS elke vier jaar een landelijke nota gezondheidsbeleid vaststelt. De laatste keer dat dit gebeurde was in december 2015. Toenmalig minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn stuurden toen hun Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019 aan de Tweede Kamer. Binnen niet al te lange tijd is het dus weer zover. Staatssecretaris Blokhuis, in het huidige kabinet verantwoordelijk voor preventiebeleid, heeft de Tweede Kamer al toegezegd dat hij in 2019 met een nieuwe nota komt.

Gemeenten verplicht aan zet
De wettelijke verplichtingen houden niet op bij de nota van het ministerie. In de Wpg staat ook dat de gemeenteraad binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke nota, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast moet stellen. De meeste huidige gemeentelijke nota’s lopen van 2017 tot en met 2020. De volgende ronde gaat dus over 2021 tot en met 2024.

De gemeente moet in haar nota gezondheidsbeleid in ieder geval aangeven wat de doelstellingen zijn voor een aantal taken die uit de Wpg voortvloeien, welke acties daartoe worden ondernomen en wat de beoogde resultaten zijn. Hierbij gaat het onder meer om taken op het gebied van geneeskundige en psychosociale hulp bij rampen, preventie- en gezondheidsbevorderingsprogramma’s, prenatale voorlichting aan aanstaande ouders, jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg en infectieziektebestrijding.

Landelijke prioriteiten
Behalve uitvoering geven aan de uitdrukkelijk in de wet genoemde taken, moeten gemeenten volgens de Wpg ook de prioriteiten uit de landelijke nota gezondheidsbeleid in acht nemen. Staatssecretaris Blokhuis heeft aangekondigd dat hij de beleidslijnen daarvan zal bespreken in het bestuurlijk overleg publieke gezondheid met gemeenten. Afgaande op de inzet van de staatssecretaris in de besprekingen over een Nationaal Preventieakkoord ligt het voor de hand dat preventie op het gebied van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik en gebruik onder jongeren en zwangeren ook in de landelijke nota gezondheidsbeleid een prominente rol zullen spelen.

Andere potentieel belangrijke thema’s, uit het huidige Nationaal Programma Preventie (NPP), zijn minder diabetes-2, depressie en meer bewegen. Daarnaast geeft het regeerakkoord mogelijk een indicatie van wat er komen gaat. Zo zijn de extra regeerakkoordmiddelen voor preventie o.a. bestemd voor onderzoek naar de effectiviteit van preventieve interventies, preventie en ondersteuning bij onbedoelde zwangerschappen, suïcidepreventie en opvang van slachtoffers van mensenhandel/loverboys.

Tijdig plan trekken
De conclusie is helder. Met het regeerakkoord, de VTV 2018 en het aanstaande preventieakkoord liggen de bouwstenen voor de landelijke nota gezondheidsbeleid er al. Belangenbehartigers kunnen de resterende tijd benutten om in te zetten op de accenten die zij graag benadrukt zien, of op onderwerpen die anders wellicht vergeten worden. Het is dan wel zaak om tijdig een plan te trekken. Wie draait er warm voor de nota’s gezondheidsbeleid?

Comments are closed.