Kennisbank

Van Heinde en Verre: Notities van een terugkomer #69

De buschauffeur, een jongeman met een petje en getrimde baard, kende geen haast. Rustig wachtte hij tot ook de man met de blindenstok, een breekbaar ogend persoon op leeftijd, zich aan boord had gehesen. ‘Dankuwel!’ zei de man met de stok. ‘Ik zie niet zo goed, dus ik kan niet al te snel lopen. Dankuwel, mevrouw!’ Een paar passagiers moesten lachen. De chauffeur mompelde ‘meneer’ en maakte aanstalten te vertrekken.

Daarop boog de oudere heer zich scherp naar hem toe. ‘O, meneer. Neemt u mij niet kwalijk! Ik zie dus niet zo goed.’ Hij schuifelde naar een vrije zitplaats. Tegenover hem stond een vrouw met gemillimeterd haar en een donkere kinderwagen, waarin een wolk van een baby. Weer boog de man zijn gezicht dichterbij. ‘Jij kijkt guitig uit je ogen,’ zei hij tegen het kindje, ‘dat kan ik wel zien! Ik word vrolijk van jou.’

Zoals wij vrolijk werden van de bijna blinde meneer. Een minuut of vijf later stapte hij voorzichtig aan boord van metrolijn 52. Tegenover hem stond een vrouw met lang haar in een knotje, en een donkere kinderwagen, waarin een wolk van een ándere baby. ‘Hé!’ zei de man met de stok, ‘daar ben jij ook weer!’ Daarop begon hij een breed gesprek met de moeder, die op geen enkele manier liet blijken dat zij níét degene was die met hem in de bus had gezeten.

Een buddy
Noem mij sentimenteel, maar na dergelijke scènes kan mijn dag niet meer stuk. Niet alleen de oude man met de blindenstok stal mijn hart, maar zeker ook de jonge vrouw met het knotje, die vrolijk reageerde op alle opmerkingen van de broze grijsaard. Zij leek precies aan te voelen dat de man niet alleen een visuele beperking had, maar waarschijnlijk, en al dan niet daardoor, ook wat eenzaam was. Een korte metrorit lang was zij zijn buddy.

Het doet me denken aan The Kindness of Strangers, de titel van de opgewekte autobiografie van Kate Adie, de journaliste die voor de BBC in menig grimmig oorlogsgebied te vinden was, verslag deed van de gruwelijkheden die mensen elkaar aandoen en ondanks alle nare ervaringen nooit haar ogen sloot voor kleine daden van medemenselijkheid. Kijken, kijken. Blijven kijken. En nooit wegkijken. Wie weet kom je zomaar een echt mens tegen.

Begrip
We weten het inmiddels maar al te goed: met oortjes in, en de blik gericht op de schermpjes van onze smartphones, wordt de fysieke en spirituele ontmoeting met de ander er niet makkelijker op. En dat grappig genoeg in een tijd waarin je juist steeds vaker de uitdrukking “ik zie je” hoort gebruiken als uiting van begrip voor de ander. Je hoeft geen filosofen als Emmanuel Levinas bestudeerd te hebben om de ironie van deze moderne uitdrukking te onderkennen.

Maar goed, laat ons de somberheid buiten de deur houden en ons laven aan de woorden van Pierre Kemp: ‘Vandaag wil ik licht glimlachen / voor wie geglimlacht licht wil zien.’ De man met de blindenstok, juist hij zag de dingen heel erg goed. De jonge moeder die met hem het gesprek aanging, juist zij toonde zich een meesteres van oude wijsheden. En die wolken van baby’s, juist zij zullen ons later laten zien dat het ook anders kan.

 

Kees Broere