Kennisbank

Van Heinde en Verre: Notities van een terugkomer #67

Ze zei het terloops, de buurvouw in New Delhi. Ik kwam haar tegen onder aan de stenen trap die leidde naar het appartementje dat wij van haar en haar man huurden. Ze was bezig, zo zegt mijn herinnering, een paar potplanten te begieten. Zorgvuldig verdeelde zij haar voorraad scheutjes. Ik stond stil naar haar te kijken. Toen richtte zij even haar hoofd op, keek me aan, en zei glimlachend en op zachte toon: ‘No water, no life.’

Het zal iets meer dan 30 jaar geleden zijn. Daarna heb ik dezelfde uitspraak in andere talen, in andere landen en op andere continenten nog vaak herhaald gehoord. Een waarheid als een al dan niet heilige koe, inderdaad. Maar ook eentje waaraan wij ons te weinig gelegen laten liggen. Dat realiseerde ik me begin deze week, een paar dagen nadat ik was teruggekomen van een werkbezoek in de buurt van de Brabantse plaats Vught.

Levensstijl
Mijn collega en ik hadden er een indringend en indrukwekkend gesprek gevoerd. Dat ging over q-koorts, zeker. Maar ook over de fundamentele vraag of de levensstijl van de welvarende mens wel vol te houden is zonder onszelf daarmee ten gronde te richten. In een wereld waarin een overheid bijvoorbeeld meer aandacht heeft voor commerciële belangen van bedrijven dan voor gezondheidsbelangen van burgers is duurzaamheid ver uit het zicht.

We weten het. We weten het al tientallen jaren. ‘En we leren er niks van’, om een van de gesprekspartners in Oost-Brabant te citeren. We lopen, zo lijkt het vaak, met open ogen het ravijn in. En dat, zo moet ik er bij zeggen, ook dankzij de nalatigheid van mijn generatie en dus ook mijzelf. Wij waren bewuste tieners en twintigers toen in 1972 De grenzen aan de groei van de zogeheten Club van Rome verscheen.

Meer dan 50 jaar geleden dus. ‘En we leren er niks van.’ Dat kun je verfoeien. Maar het onthult blijkbaar ook hoe wij mensen in elkaar steken. Niet toevallig staat al in de Bijbel: ‘De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.’ Niets menselijks, en dus ook niets opportunistisch, is ons vreemd. Na ons de zondvloed – al weten we niet met zekerheid of daarvoor eerdaags nog voldoende water te vinden zal zijn.

Giftige stoffen
‘Geen water, geen leven’ betekent ook, om het maar eens in praktische Nederlandse termen te vertalen, dat we de kwaliteit van ons drinkwater in gevaar kunnen brengen. En natuurlijk is hiervan sprake. Neem het oppervlaktewater uit de rivier de Maas. Door klimaatverandering stroomt daarin steeds minder water. Maar het water dat er nog stroomt, zo las ik, wordt verpest door het lozen van giftige stoffen in deze rivier.

‘De grens van wat mogelijk is, komt steeds dichterbij’, zo citeert nu.nl een deskundige. Varianten van deze uitspraak horen we uiteraard ook al sinds minstens 1972. We hebben in de afgelopen halve eeuw wel degelijk talloze belangrijke en effectieve milieumaatregelen getroffen. Maar ondertussen komt het moment waarop de wal het schip zal keren steeds dichterbij.

Klimaatverandering verdient, naast internationale veiligheid, de hoogste plaats op elke politieke agenda. Juist voor wie zich druk maakt om zaken als woningbouw of migratie. Het onderwerp trekt zich van grenzen niets aan en is ‘links’ noch ‘rechts’. Maar we leren er niks van.

 

Kees Broere