Kennisbank

Van Heinde en Verre: Notities van een terugkomer #65

De praktijk had ik in verschillende landen al vaker waargenomen, maar de specifieke betekenis van het Nederlandse woord ervoor kende ik niet. Ik zal het eerder in verband hebben gebracht met het figuurlijke zagen aan stoelpoten en dergelijke. Maar toen ik eenmaal op Curaçao was komen wonen, leek het soms wel alsof het woord op de lippen lag van iedereen op het eiland die er de samenleving analyseerde: ondermijning.

Ondermijning, zo leerde ik, gaat over de vermenging van de onderwereld en de bovenwereld. Over het in elkaar schuiven dus van wetteloosheid en orde, van criminaliteit en gezag. Natuurlijk gaat het daarbij niet over de bovenwereld die greep krijgt op de onderwereld. Het is steeds andersom: ‘Hoe de georganiseerde misdaad de wereld dicteert’.

Dat citaat is de ondertitel van Homo criminalis, een nieuw boek van de Britse historicus, politicoloog en Rusland-kenner Mark Galeotti. Ik ben ongeveer halverwege. Tot nu toe ben ik in dit brede geschiedkundige overzicht de naam ‘Nederland’ nog niet vaak tegengekomen. Terwijl het toch over zaken gaat die ook hier van toepassing zijn. Ten tijde van het koloniale verleden, denk bijvoorbeeld aan de kaapvaart, maar ook nu.

De rijke broer
‘Misdaad loont alleen als er een economie omheen bestaat’, schrijft Galeotti terecht. Dat gold ten tijde van de VOC en WIC, dat geldt ook nu. Op Curaçao en elders in de Cariben waren zogeheten offshorebanken de plekken waar alle zaken binnen de marges van de bestaande weten werden geregeld, maar er daarnaast ruimte bestond voor criminele financiële activiteiten. Tegenwoordig geldt er iets dergelijks voor de online gaming-sector.

Nederland, de rijke broer binnen de koninkrijksfamilie, trekt al jaren geld en menskracht uit om te helpen op de autonome Caribische eilanden, dus ook op Aruba en Sint Maarten, ondermijningspraktijken tegen te gaan. Ze zijn niet alleen schadelijk voor de samenlevingen ter plekke, maar kunnen ook, bijvoorbeeld door de handel in drugs, wapens en mensen, in Nederland zelf voor de nodige ontwrichting zorgen.

Maffiastaat
Afgelopen zaterdag kwam een Bonairiaanse vriend op bezoek. Hij is allereerst een verdomd aardige vent, maar daarnaast ook een slimme en rechtsgeleerde man. Toen hij het boek van Andreotti bij mij op tafel zag liggen, zei hij dat hij een artikel wilde schrijven over – ik vat het in mijn eigen woorden samen – Nederland als maffiastaat. Want ook in het Europese deel van het koninkrijk, zo is zijn stelling, is volop van ondermijning sprake.

Ik vrees dat hij gelijk heeft. We kennen bijvoorbeeld al jaren het fenomeen van drugslabs, zoals in al dan niet pittoreske dorpen van Brabant, de provincie waar ik ben geboren en opgegroeid. Je huurt of koopt een niet langer gebruikte stal of schuur en gaat daar je ongoddelijke criminele gang (en dumpt je chemische afval in beken en sloten). Velen weten ervan, weinigen durven er iets van te zeggen.

Maar ondermijning gaat uiteraard verder. Steeds vaker, zo blijkt, worden in de gemeenteraden van die gezellige dorpjes politici gekozen die dansen naar het pijpen van Nederlandse en andere criminelen. Pieter Tops en Jan Tromp schreven erover in De achterkant van Nederland. Zelf heb ik met het boek van Galeotti nog heel wat strijd tussen onderwereld en bovenwereld tegoed. Maar ik heb al een vermoeden wie er als winnaar zal komen bovendrijven.

 

Kees Broere