Kennisbank

Van Heinde en Verre: Notities van een terugkomer #62

Spectaculair was het zeker. In Zuid-Soedan konden de fotograaf en ik mee met een militair vrachtvliegtuig dat een voedseldropping zou uitvoeren. Veilig ingesnoerd stonden we op een ijzeren stellage boven in het vrachtruim, toen de achterklep van het propellortoestel openging, de piloot vlak boven de grond opeens de neus van de kist scherp optrok en onder donderend geraas pallet na pallet met levensmiddelen parachuteloos naar beneden donderde.


De operatie, zo’n 25 jaar geleden uitgevoerd onder auspiciën van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN, was uiteraard bedoeld om noodlijdende Zuid-Soedanese burgers te helpen. Toen ons Amerikaanse vliegtuig een ronde maakte over het terrein waar de spullen tegen de grond waren geslagen, zagen we hoe de eerste kinderen er al op af renden. Ons zou het een goed gevoel kunnen geven. Maar dat deed het niet.

Pas jaren later begreep ik waarom niet. In september 2017 trokken de verwoestende orkanen Irma en María over Caribische eilanden. Ikzelf had ze meegemaakt op Sint Maarten. Ook Puerto Rico, een territorium van de Verenigde Staten, was zwaar getroffen. Op Sint Maarten liet koning Willem-Alexander zich al na een paar dagen zien. Maar president Donald Trump had weinig trek om zijn Caribische medemensen een hart onder de riem te steken.

Vernedering

Bijna een maand later ging hij er toch heen. Ik zie nog voor me hoe Trump naar een hulpcentrum ging en daar de mensen kwetste door keukenrollen naar hen te gooien. Iedereen voelde hoe beledigend het was, maar volgens Trump was hij gewoon een beetje met de mensen aan het ‘dollen’. Toen realiseerde ik me dat het gooien met etenswaar en andere spullen toch vooral een daad van machtsmisbruik, minachting en vernedering is.

Ik weet, dit gaat niet op voor voedseldroppings zoals Operatie Manna aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen immers ging het om geallieerden die niet alleen vanuit de lucht een einde maakten aan de Hongerwinter, maar ook op de grond streden voor de bevrijding van westerse bondgenoten. Daarvan was in 2000 in Zuid-Soedan geen sprake. Op Puerto Rico in 2017 evenmin. – En ook nu in 2025 niet in Gaza.

Machteloze wanhoop

Met terugwerkende kracht besef ik hoe weinig we ons vaak bekommeren om de waardigheid van de ander. Hoe we ons als medemensen laten verlammen door het cynische machtspel van de boven ons geplaatsten. En hoe we wel woede kunnen voelen over het diepe onrecht dat we elkaar aandoen, maar ons vervolgens al snel weer verschuilen achter onze maskers van machteloze wanhoop. Want nee, aan onszelf ligt het niet. Ons treft nooit schuld.

Onzin natuurlijk. Ons treft alle schuld. En tegelijkertijd kunnen we daar geen kant mee op. Wat dan rest, is een gevoel van bodemloze schaamte. In de jaren 40 deden we niets om Joden of Roma te redden. In de jaren 90 lieten we het genocidale geweld in Rwanda ruim honderd dagen op zijn beloop. En de afgelopen bijna 2 jaar hebben we (‘Ja maar Hamas! Ja maar Israëls recht op zelfverdediging!’) Palestijnse burgers opnieuw aan hun lot overgelaten.

We zeggen het zelden hardop, maar weten dat onze onverschilligheid tegenover Joden, Roma, Rwandezen of Palestijnen alles te maken heeft met het racisme waarvan ons denken en handelen nog altijd doortrokken is. Waardigheid blijkt een mythische leugen.

Kees Broere