Actueel

Recensie | Een nieuw sociaal contract

Op dit moment is Pieter Omtzigt geen lid meer van het CDA en gaat hij in de Tweede Kamer verder als Groep Omtzigt. Hij schreef ‘Een nieuw sociaal contract’ in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021, toen hij dat nog wel was. Sterker nog: hij was ‘running mate’: tweede op de lijst. Toch leest het boek niet direct als campagnepraatje voor de coalitiepartij: integendeel.

Het boek opent met een interview afgenomen door filosoof Welmoed Vlieger, waarin een karakterschets en biografie van Pieter Omtzigt als mens en politicus wordt opgetekend. Kenmerkend aan Omtzigt is zijn lichte ongemakkelijkheid over zijn eigen persoon. Het interview met Vlieger is dus een prettige manier om Omtzigt te leren kennen.

Na het biografische hoofdstuk zet Omtzigt in een aantal hoofdstukken zijn problemen met de Nederlandse en Europese rechtsstaat en overheidsapparaat uiteen. Dit doet hij ten eerste aan de hand van de totstandkoming van de Europese Unie, en de problemen die de Unie met zich meebrengt. Vervolgens gaat hij diep in op de toeslagenaffaire, hoe deze tot stand kon komen en hoe deze affaire verband houdt met velerlei andere zaken, waar hij dezelfde patronen herkent, zoals bijvoorbeeld de Groningse aardbevingen.

Omtzigt sluit af met tien voorstellen om de rechtsstaat te repareren, met als hoofddoel het vertrouwen in de rechtsstaat en overheid te herstellen: een nieuw sociaal contract. Zo pleit hij bijvoorbeeld voor een grondwettelijk hof. Nederland is een van de weinige landen ter wereld zonder Constitutioneel Hof, en in de Grondwet staat vastgelegd dat rechters wetten niet mogen toetsen aan de Grondwet. Dit betekent dat de regering en beide Kamers momenteel er verantwoordelijk voor zijn dat de wetten die worden ingevoerd niet botsen met de Grondwet. Omtzigt vindt dat hierdoor het risico wordt gelopen dat ongrondwettelijke wetten worden ingevoerd, waardoor de kans op een affaire als de kinderopvangtoeslagaffaire wordt vergroot.

Omtzigt stelt nog negen voorstellen op, zoals een herziening van het kiesstelsel en ambtelijk apparaat. Hij sluit af met een pleidooi voor openheid en een betere informatiehuishouding. Bekend zijn de foto’s van WOB-verzoeken waar honderden pagina’s volledig zwartgelakt worden verstrekt. Gesprekken waar belangrijke besluiten worden genomen worden niet goed genotuleerd – of de notulen worden niet goed bewaard. Volgens Omtzigt moet de overheid dit beter op orde hebben om beter gecontroleerd te kunnen worden.

‘Een nieuw sociaal contract’ leest als een aanklacht tegen het systeem waar Omtzigt al bijna twintig jaar onderdeel is – en al twintig jaar tegenaan schopt. Met de kennis van nu begrijpt de lezer dat hij niet langer onderdeel kon zijn van een partij die onderdeel is van het probleem waar hij zich zo tegen verzet. Hoewel zijn campagne voor het CDA vrijwel alleen bestond uit lezingen over dit boek, zal het niemand voor de partij hebben gewonnen, maar des te meer voor het persoon en Kamerlid Pieter Omtzigt.