Kennisbank

Het politieke woord van de week #9 – Tussenverslag

In 1882 ging men enthousiast van start. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) zou niet alleen de betekenis maar ook de geschiedenis geven van alle woorden die vanaf 1500 in de lage landen tot de ‘eigen taal’ te rekenen vielen. Dus niet in het Latijn, of Franstalig, maar in die zo bijzondere taal die in de Nederlanden geschreven en gesproken werd en wordt. Talloze citaten zouden het gebruik van de woorden verhelderen.

Dertig jaar later was het eerste deel af. Wie dacht dat het WNT daarmee op pakweg een derde of zelfs al de helft van de volledige omvang was gekomen, kwam bedrogen uit. We waren nog steeds bij de letter A. Of zoals het luidde in het spotgedicht dat in die tijd uitkwam: ‘O, luid weerklink de lofbazuin! / Het Woordenboek kwam tot ajuin / in dertig jaren al; dat heet / zijn tijd voorzeker wel besteed!’

Nou ja, laat ons het zorgvuldig noemen. Uiteindelijk is in 1998, ruim 100 jaar later dus, het laatste deel van het WNT verschenen. Dit uiterst bijzondere verschijnsel van Nederlandse en Belgische samenwerking heeft geleid tot 45.805 pagina’s met woorden over woorden, verspreid over 40 boekbanden. Het laatste ‘nieuwe’ woord is uit 1976. Dus na een kleine halve eeuw is het reusachtige WNT inmiddels weer aan een aanvulling toe.

Angst en wantrouwen
Die zorgvuldigheid, om het woord stroperigheid niet te gebruiken, is ook in de laaglandse politiek geslopen. België en Nederland zijn misschien wel wereldkampioenen als het gaat om de lengte van hun kabinetsformaties. Anno 2025 blijkt daarin nog weinig verandering gekomen. Kijk bijvoorbeeld naar Den Haag. Bijna 5 weken na de landelijke verkiezingen kwam deze week informateur Buma met een, jawel, tussenverslag.

In de aanloop naar dat tussenverslag werd ook vrolijk opgemerkt dat er natuurlijk eerst nog ‘wat puntjes op de i’ gezet dienden te worden. Weerklink de lofbazuin! We hebben nu een document dat is opgesteld op basis van de gesprekken tussen de leiders en secondanten van twee politieke partijen in het nieuw gekozen parlement. Op basis hiervan dienen andere partijen zich verleid te voelen om aan te haken. Om samen voorzichtig verder te schuifelen.

Uiteraard is zorgvuldigheid een deugd. Maar in de huidige Nederlandse politiek zou hiermee ook van iets anders sprake kunnen zijn. Die zorgvuldigheid zou een muur kunnen wezen die wordt opgebouwd om angst en wantrouwen te verschuilen. In dit tijdsgewricht, zo weten we, spelen belangrijke kwesties, die vragen om vruchtbare samenwerking. Maar dat betekent niet dat iedere partij krijgt wat zij wil.

Einde aan afbraakpolitiek
Zo ontstaat het gevaar dat het streven naar zorgvuldigheid uitloopt in ‘gezapigheid’, zoals NRC het in haar hoofdredactionele commentaar noemt. Rob Jetten en Henri Bontenbal hebben gewerkt vanuit de chemie die zij als leeftijdgenoten tussen elkaar voelen. Zij hebben, als leiders van partijen uit het politieke midden, gekeken hoe de afbraakpolitiek van het vorige kabinet tot staan kan worden gebracht.

Maar gevoed door angst en wantrouwen is het moeilijk om met rechte rug de toekomst tegemoet te gaan. Als het de komende tijd niet lukt om een kabinet te vormen, dan heeft dat niet op de eerste plaats te maken met inhoudelijke verschillen tussen partijen. Die waren er; die moeten er zijn. Maar inleveren is van levensbelang. ‘Mensch, durf te regeren!’

 

Kees Broere