Kennisbank

Het politieke woord van de week #6 – Nee

Nee zeggen, zo heeft menig denker kunnen vaststellen, is lang niet alleen een negatieve daad. Wie nee zegt, en ook onder zware omstandigheden en druk nee blijft zeggen, kan zichzelf daarmee ook een laatste, onvervreemdbare vrijheid toekennen. Soms zelfs, denk bijvoorbeeld aan verzetsmensen tijdens een oorlog, zijn nee-zeggers vanuit een diep moreel besef bereid om martelaren voor de vrijheid van hun medemensen te worden.

Het getuigt van moed die slechts weinigen van ons is gegeven. Niet toevallig luidt de uitdrukking dat ná de oorlog opeens iedereen in Nederland in het verzet gezeten bleek te hebben. Het hebben van nobele idealen is één ding, het blijven verdedigen van die idealen, zelfs als dat de dood tot gevolg kan hebben, is weer een heel ander ding. De meesten van ons komen nooit verder dan het verzet lippendienst bewijzen.

En hoe zit het met moedige nee-zeggers in de politiek? Een naam die daarbij vaak opkomt, is die van Winston Churchill. Hij had, daar gaan we weer, als Brit ten tijde van het Empire talloze verfoeilijke gebreken, vraag dat bijvoorbeeld maar eens na bij Indiase historici. Maar toen nazi’s en fascisten waren begonnen om hun vermeende vijanden te knechten danwel te vermoorden, maakte hij duidelijk zich tot de laatste snik tegen hen te zullen verzetten.

Onderbuikgevoel
Wie nee zegt, zoals in de politiek, moet daarvoor goede redenen kunnen geven en zorgvuldige afwegingen hebben gemaakt. ‘Nee’ is niet het uitgangspunt, maar de uitkomst van een proces. Partijen die vóór de recente verkiezingen al te kennen gaven nee te zeggen tegen PVV en FvD, deden dat niet op basis van een onderbuikgevoel, maar van een zorgvuldige en uitlegbare analyse van het eerdere gedrag van radicaal- en extreem-rechtse partijen.

Heel anders is het als de leider van een partij op voorhand nee zegt tegen bepaalde partijen. VVD-voorvrouw Dilan Yesilgöz mag dan menen dat zij goede redenen heeft om niet in een kabinet met GroenLinks-PvdA te willen stappen, maar dat dit oordeel tot stand is gekomen op basis van een zorgvuldige en uitlegbare analyse is natuurlijk kletskoek. Haar nee heeft het niveau van een jengelende peuter.

Waarmee het nee zeggen is afgedaald tot een louter negatieve daad. Yesilgöz zelf kan zich daarbij senang voelen, andere mensen binnen haar partij beschouwen het eerder als een uiting van plat opportunisme. Buiten haar politieke kring hoor je spreken van onverantwoord gedrag. Want niemand, ook een rechts-liberale politicus niet, mag lichtvaardig omgaan met een nee dat geen verzet, maar louter uitsluiting betekent.

Politieke lafheid
Het is een nee op het niveau van het met behulp van AI in elkaar geflanste anti-AZC-lied waarover het nodige te doen is geweest. Het is een nee dat niet getuigt van politieke moed, maar van politieke lafheid. ‘Ze overspoelen ons met mensen die hier niet passen’: wie dergelijke xenofobe drek aanziet als een gezongen daad van moedig verzet, nota bene van een oud-militair, is toch echt aan morele herijking toe.

Als reactie kwam VluchtelingenWerk met het nummer Ja, ja, ja, zo is Nederland. Schattig bedoeld, maar helaas niet veel meer dan het broddelwerk van een lieve peuter. Natuurlijk, Dilan Yesilgöz heeft op geen enkele manier haar steun betuigd aan het haatdragende nee-lied. Maar door haar politieke opstelling maakt zij het gevoel van guilt by association onvermijdelijk.

 

Kees Broere