Kennisbank

Het politieke woord van de week #7 – Man

Op een dinsdag in september komt zij in de Tweede Kamer. Ze is dan 43 jaar oud, Suze Groeneweg. Als lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, de SDAP, schrijft zij geschiedenis. Ze is in 1918 het eerste vrouwelijke parlementslid in Nederland, dankzij het passief kiesrecht dat een jaar ervoor is ingegaan. Pas een jaar na de verkiezing van de onderwijzeres Groeneweg mogen vrouwen ook zelf naar de stembus.

Anno nu wenst alleen de SGP geen eigen vrouwen in de Tweede Kamer. Alle andere politieke partijen, oude en nieuwe, hebben in de afgelopen ruim honderd jaar wél vooruitgang geboekt. Van de totale bevolking is iets meer dan de helft vrouw. In de nieuwe Tweede Kamer van 150 zetels zitten 65 vrouwen, wat neerkomt op 43 procent. Één lid van de volksvertegenwoordiging identificeert zichzelf als non-binair.

Van 1 vrouw naar 65 vrouwen, in ruim een eeuw. Representatie is van grote betekenis; dat geldt voor maatschappelijke achtergrond, religie, etniciteit en ‘kleur’, en dus ook voor gender. Anno 2025 zou dat een meer dan vanzelfsprekende zaak moeten zijn. De Kamer van volksvertegenwoordigers zal representatief zijn, of zij zal niet zijn. Het lijkt onweersprekelijk. Maar de werkelijkheid is nog steeds een andere. Man, man, man.

Volwaardige democratie
Bij de verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer, afgelopen dinsdag, waren alle drie kandidaten man. De verkenner en de informateur voor een nieuw kabinet: beiden zijn man. Maar het meest tergende: de vier mensen die de gesprekken voeren met informateur Buma, twee van D66 en twee van het CDA, zijn allemaal mannen. In hun voordeel kan enkel gezegd worden dat hun gemiddelde leeftijd (42) aansluit bij die van de nieuwe Kamer (44).

Dat alles dus in een land dat zichzelf een ‘volwaardige democratie’ noemt, om een van de kandidaat-Kamervoorzitters te citeren. Het is van den gekke dat mannen als Rob Jetten en Henri Bontenbal het blijkbaar nog altijd niet vanzelfsprekend vinden om het belang van representatie ook steeds afdoende in de praktijk te brengen, zeker vanuit het besef dat het argument ‘we kunnen ze niet vinden’ volslagen onzin is.

Vrouwelijke leider
Dat laatste geldt natuurlijk ook voor ‘het hoogste ambt’, dat van premier. Ook dit keer zal geen van de vrouwelijke Kamerleden het kabinet gaan leiden. In de landen om ons heen is het al jaren volstrekt normaal dat een vrouw premier kan worden. In Nederland is het al jaren volstrekt normaal dat een vrouw het staatshoofd van het Koninkrijk der Nederlanden kan zijn. Maar een vrouw als premier?

Ja dus, ook dat is normaal. Niet in Nederland, maar wel in het koninkrijk. De Nederlandse Antillen zijn in 2010 ‘opgesplitst’, maar hebben meer dan eens een vrouwelijke premier gekend. En in de drie andere autonome landen binnen het huidige koninkrijk (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) blijkt tot op de dag van vandaag geen enkele kiezer moeite te hebben met een vrouwelijke kabinetsleider.

Zeker, het zijn bekende feiten. Net zoals we weten dat de meeste macht achter de schermen nog altijd mannelijk is. En toch, Nederlandse volksvertegenwoordigers zouden hun representatieve verplichtingen veel en veel serieuzer moeten nemen. Een kwestie van fatsoen, en als zodanig iets dat zowel de sociaal-liberaal Jetten als de christen-democraat Bontenbal zou moeten aanspreken. Maar het is nog veel meer dan dat. Zoals: landsbelang.

 

Kees Broere