Kennisbank

Het politieke woord van de week #5 – Verkenner

Het woord schijnt in ongebruik te zijn geraakt, maar veel mensen zullen zich nog een voorstelling kunnen maken bij  ‘padvinders’. In groen en geel, met een zogeheten groepsdas, soms met een semi-militair hoedje, en de jongens bij voorkeur in korte broek. De paden op, de lanen in. Zelf vuur weten te maken. En natuurlijk altijd gehoorzaam zijn aan de groepsleider, de man of vrouw die bekend staat als de akela.

Padvinders, het woord zegt het al, zijn verkenners. De padvinderbeweging, de scouting movement, danken we aan de Britse luitenant-generaal Robert Baden-Powell (1857-1941). Zijn interesse voor gedisciplineerde jongeren is trouwens meer dan eens in verband gebracht met zijn sympathie voor de Hitlerjugend. En zoals de meeste Britse militairen uit de koloniale tijd waren racistische opvattingen hem zeer vertrouwd.

Een verkenner, iemand die een pad dient te vinden, moet een moedig mens zijn. Iemand die voorop durft te gaan, die niet terugschrikt voor het onbekende en die, eenmaal terug van de verkenning, in staat is de achtergeblevenen een helder beeld te geven van de weg die hun te wachten staat. Een leider dus ook. Plus iemand die in staat is de anderen ervan te overtuigen dat het nieuw gevonden pad de beste optie is om verder te komen.

Beperkte taak
Enter de politieke verkenner. Volgens de Raad van State is dat een persoon met een beperkte taak. Over de gewenste politieke en beleidsmatige inhoud van het toekomstige regeringspad dient de verkenner zich niet uit te laten, dat hoort tot de taken van de mensen die na hem komen. Hij moet inventariseren hoe fractievoorzitters de uitslag van de verkiezingen interpreteren en welke mogelijkheden tot samenwerking zij zien.

Een dergelijke verkenner heeft dus geen leidende, maar een dienende rol. Mensen die zich afvragen waarom in landen als Groot-Brittannië nieuwe kabinetten al na een week of twee aan de slag kunnen, terwijl we in Nederland wat dat betreft rekenen in de nodige maanden, weten dat dit verschil ook te maken heeft met het feit dat in Nederland een nieuw kabinet nu eenmaal per definitie een coalitiekabinet is. Vooruitgang is in Nederland vooral terugkoppeling.

Een dienende verkenner zou eigenlijk een contradictio in terminis moeten zijn, maar in Nederland houden we heel erg niet van eenlingen die ons weleens even precies zullen vertellen hoe het moet, hoe de vork in de steel zit, en hoe het nieuwe pad bewandeld dient te worden. Of het nu gaat om voetbal, om politiek, of om wat ook, elke individuele Nederlander weet het altijd beter dan die andere Nederlander – en wenst daarover ook uitgebreid gehoord te worden.

Begeleidende rol
En zo belandt de laaglandse verkenner achteraan in het rijtje van verkenner-informateur-formateur. Ook de informateur speelt geen leidende, maar slechts een begeleidende rol bij de onderhandelingen over een nieuw coalitieakkoord. Pas de formateur, die doorgaans de beoogde minister-president is, kan door het zoeken van personen bij ministersposten daadwerkelijk invloed uitoefenen.

Ruim twee jaar geleden besloot de Tweede Kamer dat de verkenner één persoon moet zijn, die niet dagelijks in de landelijke politiek actief is. Door die keuze lijkt van een persoon die richting en leiding kan geven al helemaal geen sprake meer. Maar dan heeft u buiten Wouter Koolmees gerekend. Hij immers weet hoe níét te doen wat anderen verwachten.

 

Kees Broere