Het politieke woord van de week #11 – Stemmen
Meneer Van Dale wenst geen antwoord meer. Twee jaar geleden nog vroeg het instituut, dat steeds rond deze tijd van de kalender het Woord van het Jaar bekendmaakt aan ons Nederlandstaligen, om hiervoor uit een lijstje onze keuze duidelijk te maken door te stemmen. Vorig jaar ging het mis en sloop er social-mediahaat in de stemming. Dit jaar heeft Van Dale daarom bepaald geheel zelf de keuze te maken (en hallucineren het jaarwoord te laten zijn).
Het lijkt zo zuiver, stemmen. Ook in de politiek. In Nederland kennen we het stemrecht. Verkiezingen voor een meerpartijendemocratie vormen de triomf der meerstemmigheid. En om iedere Nederlander van het stemrecht gebruik te laten maken, doen ijverige ambtenaren op een speciale afdeling in Den Haag alles wat zij kunnen om ook kiesgerechtigde Nederlanders in het buitenland te bereiken. Een groot goed.
Maar zoals het gaat, bijzondere verworvenheden gaan op een gegeven moment als vanzelfsprekend gelden. Vrede, welvaart en democratisch bestuur op basis van eerlijke representatie (waarvan de stembusuitslag het beeld geeft): de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking is ermee opgegroeid. Dan geldt het Engelstalige gezegde ‘Nobody notices what I’m doing, untill I stop doing it.’
Basis
België kent stemplicht, of preciezer gezegd: opkomstplicht, waarbij het alsnog mogelijk is je stem ongeldig te maken. Het is in elk geval beter dan de manier van stemmen die in een land als Kenia een aantal jaren heeft gegolden, toen kiezers zich in het openbaar in de rij moesten zetten achter hun kandidaat van ‘keuze’. En Robert Mugabe van Zimbabwe wist nog: ‘Je kunt geen verkiezingen verliezen als je die zelf organiseert.’
In Nederland kunnen we in alle vrijheid stemmen en weten we zeker dat onze stem op een transparante manier zal meetellen voor de uitslag. Natuurlijk bestaat een democratie uit heel veel meer dan het met regelmaat organiseren van verkiezingen. Maar het is een basis van het democratisch bestel, dat op zijn beurt weer een basis vormt voor de rechtsstaat die Nederland ondank alles nog steeds is.
Nieuwe heersers
Stel nu eens dat Rusland Nederland binnen zou vallen en erin zou slagen de macht over te nemen. De kans is nul dat de nieuwe heersers dan aan de Nederlandse bevolking zouden vragen om te gaan stemmen over de vraag of zij blij is met het nieuwe bewind. De Russische machthebbers durven het in eigen land al niet eens aan om vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren.
Opnieuw: ‘Nobody notices what I’m doing, untill I stop doing it.’ In Nederland kiezen we in alle vrijheid onze volksvertegenwoordigers, die op hun beurt alles in het werk zullen stellen om de vrijheid van ons, de mensen die op hen hebben gestemd, te verdedigen. Dat is het democratisch pact dat we met elkaar hebben gesloten.
En houd dat in het achterhoofd bij de beelden van president Volodymyr Zelensky van Oekraïne, die afgelopen dinsdag het parlement mocht toespreken. Denk aan de mensen op wie we konden stemmen en die weigerden te klappen voor de man die ook voor ónze vrijheid vecht. Denk vooral aan de leden van de partij die weigerde tijdens de toespraak in de Kamer te zijn. Op hen is door Nederlanders in vrijheid gestemd, waarna zij denken het mandaat te hebben om onze stemmen te verraden. Stuitend.
Kees Broere