Kennisbank

Het politieke woord van de week #10 – Pacificatie

Hij mag dan een millennial zijn, en daarmee een politicus die volwassen is geworden in de 21ste eeuw, als christendemocraat kijkt Henri Bontenbal met gemak meer dan honderd jaar terug in de parlementaire geschiedenis van Nederland. Bontenbal was het die na de presentatie van het tussenverslag in de formatie het woord ‘pacificatie’ in de mond nam. Daarmee waren we terug in de politiek van 1917.

‘Het is de pacificatie-politiek, die in de periode van 1917 tot 1967 verantwoordelijk was voor de stabiliteit van de Nederlandse democratie.’ Dit is een citaat uit een boek dat in het laatste kwart van de vorige eeuw onder politicologen als een klassieker gold: Verzuiling, pacificatie en kentering (1967) van de hoogleraar Arend Lijphart. De periode die hij noemt, van 1917 tot 1967, is ook de periode waarin christelijke politieke partijen domineerden.

De inmiddels bijna 90-jarige Lijphart vertrok in 1978 naar de Verenigde Staten en werd hoogleraar in San Diego, Californië. Even terug in Nederland voor een gastcollege aan de Universiteit Nijmegen, in 1994, zei hij: ‘We zijn er nog niet helemaal, maar dit jaar is het einde van de pacificatie en verzuiling wel heel dichtbij gekomen.’ Wat hij nog niet wist, was dat de dominantie van christelijke partijen plaats zou maken voor die van liberale, met name de VVD.

Politieke uitruil
Maar wat bedoelt Bontenbal wanneer hij spreekt van pacificatie? In 1917 kwam het begrip op toen een belangrijk compromis werd gesloten tussen politici die algemeen mannenkiesrecht wensten en christelijke politici die wilden dat het bijzonder onderwijs van protestanten en katholieken op evenveel financiële overheidssteun kon rekenen als het openbaar onderwijs. Een politieke uitruil dus, in tijden van maatschappelijke verzuiling.

Later zouden we gaan spreken van ‘polderen’. Henri Bontenbal wil teruggrijpen naar de zogeheten consensuspolitiek die met het pacificatiemodel is ontstaan. En wie anno 2025 het belang van consensus weer wenst op te poetsen, geeft daarmee uiteraard meteen ook aan dat-ie genoeg begint te krijgen van polarisatie en alle uitwassen die hiervan, gedreven door de algoritme-zweep der social media, in onze moderne tijd zijn ontstaan.

Redelijk en inhoudelijk
Henri Bontenbal is een fatsoenlijk CDA-politicus en heeft het beste met ons voor (zelfs als mocht blijken dat wij als homoseksueel bijzonder onderwijs genieten). Hij en zijn formatie-compagnon Rob Jetten (D66) zijn de afgelopen tijd terecht geprezen voor de, laat ons zeggen, redelijke en inhoudelijke toon die zij weten aan te brengen in het debat over de politiek-maatschappelijke toekomst van Nederland in de komende jaren.

Maar wie dezer dagen pacificatie wil, wie consensus zoekt in tijden van turbulente polarisatie, die moet beseffen dat daarbij de stem van een centrumlinkse partij als GroenLinks-PvdA van grote betekenis is. Want enkel consensus zoeken met partijen die rechts van D66 en het CDA staan, de VVD daarbij voorop, vergroot het enorme risico dat deze partijen hun democratisch aangereikte consensus in anti-democratische richting zullen buigen.

Daarbij weten partijen als VVD en JA21, en daarachter FvD en PVV, zich sinds vorige week met officieel beleid gesteund door de ultrarechtse regering in de Verenigde Staten, die de komende jaren flink wil investeren in de verdere opkomst van hun Europese rechtspolitieke bondgenoten. Als Bontenbal zich ook daarin kan vinden, zal de door hem gewenste pacificatiepolitiek in zijn gezicht exploderen. Moge zijn god hem behoeden.

 

Kees Broere