Boekrecensie | Dick Schoof: een experiment in Den Haag
Sommige premiers komen met vuurwerk binnen, anderen schuiven bijna geruisloos het Torentje in. Dick Schoof gaat over die tweede categorie: een man die jarenlang een schaduwbestaan leidde in de top van de overheid en ineens het gezicht werd van een politiek experiment. De auteurs Petra de Koning & Lamyae Aharouay schetsen hem in het boek Dick Schoof als technocraat, crisismanager en tegelijk als iemand die zichtbaar moest wennen aan het publieke toneel.
Wat dit boek vooral goed doet, is laten zien hoe uitzonderlijk Schoofs route was: de eerste partijloze minister-president sinds 1918, die direct onder hoogspanning stond. Daarmee is het boek ook een inkijkje in een vreemd moment in de Nederlandse politiek: een ambtenaar die opeens premier werd. En dat is geen gelopen race, zelfs voor deze sporter. Keer op keer zit hij in de tang tussen de partijen of maakt hij zelfs geen deel uit van zijn eigen kabinet. Stuitend is dat Wilders eerst het vertrek van de PVV uit het kabinet aankondigt op X en pas daarna zijn premier informeert. Verbazingwekkend is ook dat Schoof een nacht op de bank buiten de vergaderruimte op het ministerie van Financiën doorbrengt, met een colaatje en chips en even de ogen sluit tot de onderhandelingen rond de Voorjaarsnota voorbij zijn. Schoof blijft een buitenstaander die wordt aangesproken als premier, maar misschien in werkelijkheid vooral de fixer blijft.
De Koning en Aharouay zitten dicht op de feiten, maar weten toch een duidelijke sfeer neer te zetten: een premier die soms wat onwennig oogt in de rol waarin hij terechtkwam. Het is geen droge opsomming van functies en jaartallen, maar een verhaal over iemand die altijd in dienst van het systeem werkte en er ineens boven moest staan. De vraag is wel of we hiervoor helemaal moeten teruggaan naar discussies in studentenhuizen, relaties met vriendinnen en zijn rol op de middelbare school. Persoonlijk voegde dat wat mij betreft niet altijd iets toe, behalve dan de bevestiging van het vaak wat hoekige karakter van deze premier.
Wat wél verbaast: de auteurs geven aan dat ze met zo’n vijftig mensen hebben gesproken om dit portret te maken – en dan eindig je met 128 pagina’s. Dat voelt bijna als een Haagse variant van “veel vergaderen, korte notulen”. Natuurlijk is compactheid een keuze, en het boek leest daardoor snel en strak. Het is daarmee een scherpe eerste schets: sterk en actueel, maar per definitie nog niet het definitieve laatste woord.
Marielle van Oort
Petra de Koning en Lamyae Aharouay
Dick Schoof
Uitgeverij Brooklyn, Amsterdam, 2025
128 pagina’s, €18,00
ISBN 978 94 92754 75 2