Kennisbank

Boekrecensie | Als feiten het afleggen tegen emoties

Peter Scholten, hoogleraar migratie- en diversiteitsbeleid aan onder meer de Erasmus Universiteit, draait er niet lang omheen. Al op pagina 8 begint de kernzin van zijn uiterst heldere en verhelderende boek. ‘Het migratiedebat gaat eigenlijk niet over migratie,’ schrijft hij, ‘het staat er grotendeels los van. Het gaat over emoties, gevoelens van onzekerheid, ongenoegen, angst. En migratie is hiervan de belichaming geworden, de belichaming gemáákt door diverse maatschappelijke krachten.’

Krachten zoals die in de politiek. In oktober dit jaar, ten tijde van de campagne voor de landelijke Nederlandse verkiezingen, schreef bijvoorbeeld een NRC-journalist over PVV-leider Geert Wilders dat deze van ‘de hetze tegen asielzoekers en andere migranten’ zijn ‘levenswerk’ heeft gemaakt en zo met succes een ‘schijnprobleem’ op de agenda heeft gekregen. De mensen thuis, de mensen in het land, of waar die mensen ook maar mogen zijn, hebben ‘een gevoel van crisis’, zo citeert Scholten premier Dick Schoof. En ja, dan moeten de feiten aan de kant.

Over de feiten die vervangen werden door mythen schreef een andere migratiewetenschapper, Hein de Haas, eerder al het voortreffelijke boek Hoe migratie echt werkt. Het is een werk dat minstens elk lid van de Tweede Kamer gelezen zou moeten hebben, maar ja, dat gebeurt natuurlijk niet. We kunnen nu proberen het boek van Peter Scholten op de verplichte Kamerleeslijst te krijgen, maar de auteur zelf houdt er al rekening mee dat dit opnieuw te veel gevraagd kan zijn.

Hoofd en onderbuik
Immers, ‘een obsessie laat zich niet zomaar afremmen door feiten,’ schrijft hij. En dat eigenlijk al zowat een halve eeuw lang. Asielzoekers mogen dan minder dan 20 procent van alle migranten vormen, Nederland mag dan een middenmotor zijn in de Europese migratielijst, en asielgerelateerde criminaliteit mag dan veel kleiner zijn dan anti-AZC’ers ons willen doen geloven: het hoofd legt het af tegen de onderbuik.

Scholten doet niettemin een montere en goed onderbouwde poging om de echte redenen voor de migratie- en integratie-obsessie nog eens goed op een rij te zetten. Een belangrijke rol blijkt daarin weggelegd voor wat hij ‘onvrede met globalisering’ noemt (‘mondialisering’ zou een correctere term zijn, maar vooruit). Een ander heel belangrijk punt is de verandering, in Nederland en daarbuiten, van ‘consensus- naar confrontatiepolitiek’. En ook de rol van de media, de traditionele zowel als de nieuwe, wordt in het boek van Scholten kritisch uitgelicht.

Nederland, we weten het, is al eeuwen een migratieland. Nederland, we weten het, kan economisch niet verder zonder migranten. Nederland, we weten het, is al lang niet meer het exclusieve domein van brave witte burgers. Maar het ‘migratiewantrouwen’, zoals de titel van Scholtens voorlaatste hoofdstuk luidt, wordt enkel groter en groter. De auteur laat daamee ook zien dat de migratiecrisis een symptoom is van een samenlevingscrisis en een democratiecrisis. En toch: ‘De migratie-obsessie is niet onomkeerbaar.’ Lezen dus, dit boek.

 

Kees Broere

 

Peter Scholten
De migratie-obsessie
Uitgeverij Boom, 2025
208 pagina’s , € 24,90
ISBN: 9789024473663