De rol van de wetenschapper is flink veranderd. De academicus wordt voortdurend onder druk gezet zich te bemoeien met beleidsmakers, mensen uit de praktijk en traditionele en social media. Er doemen echter een aantal grote ethische, persoonlijke en praktische dilemma’s op over de vragen of, wanneer en hoe de wetenschapper het publieke debat kan beïnvloeden. In hun recente artikel, “How should academics engage in policymaking to achieve impact?”, lopen Paul Cairney en Kathryn Oliver alle soorten advies, tips, en do’s and don’ts langs. Hun belangrijkste vraag: hoe kun je als wetenschapper écht invloed hebben op beleid?

In het artikel gaan Cairney en Oliver na wat de stand van zaken is in het licht van eerder onderzoek naar deze vraag. Ze vragen zich af of de eerder vastgestelde tips wetenschappers daadwerkelijk helpen betekenisvolle impact te maken, of dat dit advies hen alleen voorschrijft hoe het spel politiek-wetenschappelijke spel gespeeld moet worden om zodoende hun bazen of geldschieters tevreden te stellen. Om dit te achterhalen onderzochten Cairney en Oliver eerdere wetenschappelijke artikelen over de barrières tussen wetenschappelijk bewijs en beleid; en “grijze” literatuur vol met rapporten en blogs van ervaren onderzoekers, mensen uit de praktijk en beleidsmakers.
microscoop
Veelgehoorde maar nuttige adviezen
De auteurs stellen vast dat het advies dat gegeven wordt over het algemeen vrij consistent is. Het meeste eerdere werk benadrukt bijvoorbeeld het belang van korte, bondige en gratis beschikbare rapporten in normale taal; in tegenstelling tot ontoegankelijke artikelen achter een betaalmuur die gevuld zijn met jargon. Daarnaast moedigt veel eerder werk wetenschappers aan meer één-op-één contact te hebben met beleidsmakers, meer gebruik te maken van blogs en op professionele wijze aanwezig te zijn op social media.

Te algemeen
Vaak zijn dit soort tips volgens Cairney en Oliver vaak te algemeen, te veilig en te afhankelijk van het idee dat een actie direct moet leiden tot een reactie. Ze vragen zich daarom af of academici wel wat hebben aan dergelijke adviezen. Integendeel: veel universiteiten gebruiken deze simpele visie om heroïsche verhalen te vertellen over individuele wetenschappers. Volgens Cairney en Oliver is het dus belangrijk om algemeen, logisch, hands on advies over bijvoorbeeld communicatie en netwerken te scheiden van meer uitdagende soorten advies over bijvoorbeeld framing en het bouwen van coalities. Effectieve wetenschappers maken volgens Cairney en Oliver deel uit van grotere coalities en zij weten hoe ze hun bevindingen moeten framen ten opzichte van hun publiek. Daarnaast benadrukken maar weinigen het belang van variërende machtsposities en de kwetsbare positie waar wetenschappers zich soms in bevinden als zij zich met politiek of beleid bemoeien.

Conclusie: negeer de systemische uitdagingen niet
Concluderend stellen Cairney en Oliver dat het ‘how to’-advies zeker bruikbaar is voor relatief onervaren wetenschappers die graag advies willen over hoe zij impact kunnen hebben, zonder opnieuw het wiel te hoeven uitvinden of van hun eigen fouten te moeten leren. Desalniettemin moeten de systemische uitdagingen niet genegeerd worden. Middelen en kansen om invloed uit te oefenen zijn bijvoorbeeld niet eerlijk verdeeld, en het huidige academische klimaat moedigt universiteiten vooral aan te investeren in verhalen over heroïsche wetenschappers. Minderheidsgroepen hebben daarnaast ook structureel minder toegang tot deze middelen en zijn sowieso al ondervertegenwoordigd in de wetenschap. In deze context verhullen oppervlakkige ‘how-to’-tips de ongelijke structuren van kansen, prikkels en uitkomsten.

Policy entrepreneur
Als je een succesvol ‘policy entrepreneur’ wilt zijn, moet je volgens Cairney en Oliver uitzoeken waar de actie is, de regels van het spel leren, allianties vormen, je bevindingen framen in relatie tot de toon van het debat, en inspelen op de sociaaleconomische context die windows of opportunity kan creëren. Desalniettemin zou een (zelf)kritische academicus ook vast moeten stellen dat weinig collega’s hierin slagen, en dat het relatieve succes meer afhangt van sociale structuren en de beleidscultuur dan simpelweg van handig ‘entrepreneurship’.
Wetenschapscommunicatoren
Masterclass
Omdat er, zoals ook uit dit artikel blijkt, steeds meer van wetenschappers gevraagd wordt, organiseert de PA-academie in samenwerking met SciCom NL het drieluik ‘Public Affairs voor Wetenschapscommunicatoren’. Hierin nemen we wetenschapscommunicatoren mee in de wereld van public affairs en geven we hen dé tools in handen geven om ‘hun’ wetenschappers voor te bereiden op de politiek-bestuurlijke arena. Het eerste deel van dit drieluik vond plaats in november en was erg geslaagd: het was een dag vol interessante discussies over de dagelijkse praktijk van de wetenschapscommunicatoren en we kijken nu al uit naar de tweede bijeenkomst. Vooral ook door de input van de deelnemers tijdens deel één!

Ondanks het feit dat we het eerste deel van het drieluik al gehad hebben, kun je je nog aanmelden voor deel twee, deel drie of zelfs allebei. Deel twee zal een grotere focus hebben op media en communicatie, terwijl deel drie meer gericht is op politieke sensitiviteit. Leden van SciCom NL krijgen korting.

Bron van artikel:
Cairney, Paul en Kathryn Oliver (2018) How Should Academics Engage in Politicymaking to Achieve Impact? Political Studies Review, special issue: pp. 1-17.

Comments are closed.