Om de zaak in perspectief te blijven zien doen  belangenbehartigers er  goed aan om niet alleen de retoriek over de wijkverpleging te beluisteren  maar ook naar de cijfers te kijken. Soms lijkt het alsof 99% van het debat over de wijkverpleging over de extra middelen voor de algemene beschikbaarheid van de wijkverpleegkundige gaat. In 2015 gaat hier echter slechts 1% van het budget naar toe. In financiële zin is de individueel toewijsbare verpleging en verzorging de core business. Het belang van de wijze waarop de overheveling van de persoonlijke verzorging van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet wordt ingevuld, moet niet onderschat worden.

Overheveling en drie segmentenmodel
De komende jaren wordt de verpleging en verzorging overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). In eerste instantie wilde het kabinet de gemeenten nog verantwoordelijk maken voor de uitvoering van de persoonlijke verzorging, maar vorig jaar hebben de zorgverzekeraars deze taak binnengehaald. Net als bij de huisartsen- en multidisciplinaire zorg komt er een drie segmentenmodel voor de bekostiging. In het geval van de wijkverpleging wordt uit het eerste segment (S1) de beschikbaarheid van de wijkverpleegkundige gefinancierd. Het tweede segment (S2) bekostigt de verpleging en verzorging, terwijl segment 3 (S3) bestemd is voor uitkomstbekostiging en (belonings)afspraken.

Beschikbaarheidsfunctie wijkverpleegkundige
Een aanzienlijk deel van de publieke en politieke discussie over de wijkverpleging gaat over de beschikbaarheidsfunctie in segment 1, dat wil zeggen over niet-toewijsbare zorg waarbij de wijkverpleegkundige in samenwerking met een sociaal wijkteam signalerende en preventieve taken verricht. De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar de zorginhoudelijke merites van de beschikbaarheidsfunctie van de wijkverpleegkundige liggen buiten de scope van deze analyse. Wel wekt het feit dat deze functie is ondergebracht in segment 1 van het bekostigingsmodel de suggestie dat de overheid deze vorm van zorg als een soort fundament van de wijkverpleging ziet.

€ 40 miljoen van € 3,1 miljard
De cijfers geven een totaal ander beeld. In 2015 gaat er maximaal € 40 miljoen naar de beschikbaarheidsfunctie voor de wijkverpleegkundige. Een aardige som geld, maar afgerond is het nauwelijks meer dan 1% van het totale budget voor de wijkverpleging (inclusief segment 2 en 3) van ca. € 3,1 miljard. Dat is niet bepaald de basis van de piramide die je zou verwachten, gezien alle aandacht ervoor. Weliswaar lopen de extra regeerakkoordmiddelen voor segment 1 de komende jaren op naar € 200 miljoen vanaf 2017, maar dan nog is dit een klein bedrag vergeleken met de overige miljarden. De zorgverzekeraars moeten alle verzekerden hiermee bedienen. Anders gezegd: het budget voor de beschikbaarheidsfunctie stijgt de komende jaren van ca. € 2,40 naar een kleine € 12,- per verzekerde. Cynischer geformuleerd  zou je de extra € 200 miljoen voor S1 ook een sigaar uit eigen doos kunnen noemen. Immers, op het budgettair kader voor de wijkverpleging wordt in 2015 € 440 miljoen bezuinigd. Deze bezuiniging loopt op naar € 530 miljoen in 2016 en € 560 miljoen vanaf 2017.

Brandbrief
Bij de overheveling zit de core business van de wijkverpleging dus in segment 2  zit en niet in segment 1. Het eerste segment kan uiteraard een rol gaan spelen als link met andere delen van de zorg, maar is zoals we zagen in budgettaire zin niet veel meer dan een soort addendum. Het welslagen van de hervorming wordt in hoge mate bepaald door de resultaten van de overheveling van de persoonlijke verzorging naar de verzekeraars. Het is dan ook opmerkelijk dat Zorgverzekeraars Nederland op 18 juli 2014 een brandbrief aan minister Schippers en staatssecretaris Van Rijn heeft gestuurd, waarin de verzekeraars vaststellen dat zij momenteel  onvoldoende sturingsinstrumenten hebben om het financiële kader voor de wijkverpleging inclusief de budgettaire taakstelling als uitgangspunt te nemen bij de zorginkoop en de premievaststelling 2015.

De verzekeraars zijn met name verbolgen over het politieke akkoord dat minister Schippers heeft gesloten met de VVD, de PvdA, D66, de ChristenUnie en de SGP. Dit akkoord zondert de wijkverpleging uit van de wijziging van artikel 13 van de Zvw. De zorgverzekeraars menen dat hen hiermee een sturingsinstrument is ontnomen om kwalitatief goede en doelmatige zorg in te kopen. Ze noemen de mogelijkheid die is gecreëerd om met zwaarwegende argumenten te kunnen voorkomen dat verzekerden met een naturapolis naar niet-gecontracteerde wijkverpleegkundige zorg gaan, geen reëel en werkbaar alternatief. De Eerste Kamer komt dit najaar nog te spreken over de wijziging van artikel 13. Tegen de achtergrond van het politieke akkoord zal het spannend worden voor de verzekeraars wat de Eerste Kamer gaat doen.

Risicodragendheid
Ook in de iets verdere toekomst komen er nog belangrijke momenten voor de overgehevelde verpleging en verzorging. In eerste instantie zullen de verzekeraars hiervoor niet volledig risicodragend zijn, maar naarmate zij minder risicodragend zijn, kun je je meer afvragen wat het voor zin heeft om juist aan private verzekeraars bepaalde taken over te laten. Sterker nog, de rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 16 juni jl. in een uitspraak in een kort geding dat zorgverzekeraars moeten worden beschouwd als publiekrechtelijke instellingen, mede vanwege de risicoverevening die plaatsvindt in de Zvw.

Voor wat betreft de verpleging en verzorging streeft het kabinet naar volledige risicodragendheid in 2017. De beslissing hierover moet vallen in september 2016. Hoe realistisch dit tijdpad is, is de vraag. De eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen staan gepland op 15 maart 2017. Het is denkbaar dat het kabinet aan de vooravond hiervan geen moeilijke beslissingen meer zal nemen. Mochten er vervroegde verkiezingen komen, dan ligt het voor de hand dat het besluit over de risicodragendheid over de verkiezingen heen wordt getild.

Marcel de Ruiter
Onderzoeker kennispartner Van Oort & Van Oort Public Affairs en Communicatie

 

Terug naar analyses.

Comments are closed.